19 Augustus, Internationale dag van de Fotografie Vóór het ontstaan van de fotografie projecteerden mensen al eeuwenlang beelden via de camera obscura. Letterlijk betekent die term ‘donkere kamer’. Een camera obscura is in essentie een afgesloten ruimte – klein of groot – waarin het binnenvallende licht omgekeerd op de wand ertegenover geprojecteerd wordt. Aristoteles kende de werking ervan al en het is waarschijnlijk dat een aantal bekende schilders vanaf de 16de eeuw de camera obscura gebruikten om zo realistisch mogelijke werken te maken. Velen beschouwen dit toestel dan ook als de voorloper van de fotocamera. Nog niemand slaagde erin om het geprojecteerde beeld vast te leggen. In de eerste helft van de 19de eeuw werkten in meerdere landen onderzoekers gelijktijdig aan een manier om een beeld uit de realiteit te fixeren. 1839 was een kanteljaar: los van elkaar werden twee soorten technieken ontwikkeld die allebei erg belangrijk zouden blijken in de geschiedenis van de fotografie: in Frankrijk de daguerreotypie – een uniek beeld op een koperen plaat – en in Engeland de calotypie (zoutdruk), een positief-negatief procedé op papier. 19 AUGUSTUS 1839: GEBOORTEDAG VAN DE FOTOGRAFIE Op 19 augustus 1839 wordt in Parijs de ontdekking van de Fransman Louis Jacques Mandé Daguerre bekendgemaakt: de daguerreotypie. Deze methode maakt gebruik van een gepolijste, verzilverde koperen plaat die na blootstelling aan kwikdampen positieve, spiegelende beelden oplevert. Het zilveren beeld van de daguerreotypie kan heel fijne details weergeven, maar elke belichting levert slechts één beeld op, dat niet te reproduceren valt. Bovendien vereist het proces belichtingen van enkele minuten, waardoor de gefotografeerde onderwerpen absoluut bewegingsloos moeten blijven. De Franse regering koopt de rechten op de daguerreotypie en maakt de techniek beschikbaar voor algemeen gebruik. De daguerreotypie is de eerste fotografietechniek die op grote schaal toegepast kan worden. Wie wil, kan er vrij gebruik van maken. Toch is deze techniek in de praktijk niet voor iedereen toegankelijk. Het proces is complex, arbeidsintensief en omvat veel stappen, waardoor daguerreotypieën duur zijn en alleen haalbaar voor welgestelden. Ook de blootstelling aan kwikdampen is niet zonder gevaar. In de jaren 1860 verdwijnt de daguerreotypie dan ook van het toneel. ONTWIKKELINGEN IN EEN RAZENDSNEL TEMPO In de jaren na de introductie van de daguerreotypie en de zoutdruk volgen vele ontwikkelingen elkaar in een razendsnel tempo op. De drang naar vernieuwing is groot. Er worden foto’s gemaakt met nieuwe technieken zoals het glasnegatief, de albuminedruk en daglichtcollodiumzilverdruk. De licht- en kleurgevoeligheid van de materialen verbeteren. Door de kortere belichtingstijden heeft de fotograaf geen statief meer nodig. Toch blijft zelf foto’s nemen iets voor de professionele fotograaf of bevlogen amateur. In de jaren 1860 verdwijnt de daguerreotypie dan ook van het toneel. Met de komst van KODAK verandert de wereld van de fotografie revolutionair. Lees verder op: link
Jan Berfelo, een kunstenaar geboren en getogen in Enschede.